Dutch Lesson Online 16 of 18
In Progress

Dutch words for beginners Part 3

Dutch Lesson Online
Materials

Learn Dutch Academy Youtube subscribe

Learn Dutch pdf download

Dutch English Dutch English
uw your (singular formal) op vakantie on holiday
lezen to read hebben altijd ruzie are always arguing
de sleutel key de plaats the place
de oma grandmother het kind/eren child/children
de jongen the boy de tante aunty
groot big hun their
aardig nice bruin brown
altijd always wit white
de panty tights de bril glasses
lief sweet/nice druivensap grape juice
blauw blue geeft u mij maar? please (literally: give me…)
sinaasappelsap orange juice klein small
uw your (plural formal) het voetbalshirt football shirt
de moeder mother geel yellow
licht light zonder suiker without sugar
dagschotel today’s meal/special een glas sap a glass of juice
samen together doe maar een… oh, give me a..
nieuw new jullie your (plural informal)
lang long nemen to take
de jurk dress vaak often
oranje orange de schoen shoe
een kopje thee a cup of tea het pak suit
zeg het maar? what will it be? nooit never
het T-shirt T-shirt vriend male friend
roze pink de vader father
vies dirty zwart black
de zus sister ons us
sinas sparkling orange de laars/laarzen boot/boots
mooi beautiful/pretty paars purple
het colbert jacket wijn wine
grijs grey uitsmijter a dish with fried eggs, bread and a salad
eten to eat de broer brother
meestal mostly/usually de hoed hat
donker dark rood red
limonade cordial vervelend horrible
ons/onze our de jas coat/jacket
strak tight aspergesoep asparagus soup
soms sometimes haar her
het mobieltje mobile phone mijn man my husband
zwager brother in law groen green
de rugzak rucksack de stropdas tie
de rok skirt tonijnsalade tuna salad
de zus sister het voetbal football
korte broek shorts jullie you (plural: yours)
vruchtensap fruit juice schoonvader/-moeder father/mother in law
kroket a meat ragout encased in a crispy friend crust het attachekoffertje attaché case
jou you het petje cap
cocktail cocktail naar het feest van Maria gaan to go to maria’s party
kort short de dochter daughter
vanavond this evening het overhemd
woensdag Wednesday de schotel dish/meal
zijn his satésaus satay sauce
het overhemd shirt alstublieft if you please (polite)
mag ik een may I have…? willen to want
de tentoonstelling exhibition de man husband/man
in een restaurant eten to eat in a restaurant verdrietig sad
de oom uncle de trui sweater
zwaar heavy salade salad
scheiden to separate hip hip!
de vrouw wife/woman (weg)gooien to throw away
de biefstuk steak vrijdag Friday
bovenop on top leeg empty
de augurk gherkin het idee idea