Dutch Lesson Online 2 of 7
In Progress

Dutch Adjectives

Dutch Lesson Online
Materials


Learn Dutch Academy Youtube subscribe

Learn Dutch pdf download

Dutch English Dutch English
Groot (de grootte) Big, large (size) Klein Small, little
Hard Hard, fast, loud Zacht Soft
Zwak (de zwakte) Weak (weakness) Sterk (sterkte) Strong (strength)
Diep (de diepte) Deep (depth) Ondiep Shallow
Laag Low Hoog (de hoogte) High, tall (things) (height)
Lang (de lengte) Long, tall (people) (length, height -people) Kort Short
Oud Old Jong Young
Mooi Pretty, beautiful, nice (weather) Lelijk Ugly
Zoet Sweet Bitter Bitter
Zuur Sour; acidic Duidelijk Clear, distinct
Breed (de breedte) Wide (width) Smal Narrow
Schoon Clean Vies, vuil Dirty
Zwaar Heavy Trouw Faithful
Vrolijk Merry, cheerful Laat Late
Vroeg Early Vers Fresh (food)
Fris Chilly, fresh (weather) Klaar Finished, ready
Trots (op) Proud (of) Bescheiden Modest
Verlegen Shy Fout Wrong (thing, not people)
Goed Good, correct, right Gek (op) Mad, crazy (about)
Stom Stupid, dumb (also without speech) Doof Deaf
Knap Clever, handsome Langzaam Slow
Vlug, snel Quick, fast (schat)rijk (very) rich
(straat)arm (very) poor (spot)goedkoop (very) cheap
(peper)duur (very) dear, expensive (splinter)nieuw (very) new
(stok)oud (very) old (ijs)koud (very) cold
(gloed)heet (very) hot (kei)hard (very) hard, fast, loud
(honds)brutaal (very) cheeky Zeker Certain, sure
Vrij Free Beleefd Polite
Moe Tired Rijp Ripe
Gratis Free (of charge) Nodig Necessary
Wreed Cruel Gul, royaal Generous
Lui Lazy Intelligent Intelligent
IJverig Industrious, diligent Dankbaar Grateful, thankful
Ernstig Serious Grappig Funny
Eigenaardig Peculiar, strange Vreemd Strange
Mogelijk Possible Waarschijnlijk Probable
Belangrijk Important Goed (voor) Good, kind (to)
Jaloers (op) Jealous, envious (of) Goed, slecht (in) Good, bad (at s.t.)
Bang (voor) Afraid (of) Kwaad (op) Angry (with)
Typisch (voor) Typical (of) Geïnteresseerd (in) Interested (in)
Beroemd (om) Famous (for) (on)afhankelijk (van) (in)dependent (of)
Enthousiast (over) Enthusiastic (about), keen Leuk Really nice, fantastic
Nuttig Useful Nutteloos Useless
Braaf Well-behaved Stout Naughty
Moeilijk Difficult (ge)makkelijk Easy, comfortable
Leeg Empty Vol Full
Volgend Next (week etc.) Vorig, verleden Last (week etc.)
Bekend Well-known