Dutch Lesson Online 28 of 32
In Progress

Dutch words: The earth and space

Dutch Lesson Online
Materials

Learn Dutch Academy Youtube subscribe

Learn Dutch pdf download

Dutch English Dutch English
Het land Country De oceaan Ocean
Het meer Lake Het eiland Island
Het schiereiland Peninsula Het gebergte Mountain range
De berg Mountain De evenaar Equator
Het kanaal Canal (in the country) De gracht Canal (in the city)
De sloot Ditch De kust Coast
Het duin (en) Dune(s) Het bos Forest
Bebost Wooded De rivier River
De beek Brook, stream Het moeras Swamp
Het landschap Landscape De heuvel Hill
Heuvelachtig Hilly Bergachtig Mountainous
Het ravijn Ravine, canyon De woestijn Desert
De vulkaan Volcano De aardbeving Earthquake
Vlak Flat De vlakte Plain
De polder Polder Droogleggen To reclaim
De lucht Air; sky De hemel Heaven
De ster Star Het sterrenbeeld Constellation
De Melkweg Milky way De zon Sun
De maan Moon De zonne-, maneschijn Sunshine, moonlight
De planeet Planet Schijnen To shine
Zonnig Sunny Het zonlicht Sunlight
De zonnestraal Sunbeam De zonsopgang Sunrise
De zonsondergang Sunset Opkomen To rise
Ondergaan To set De schemering Dusk, twilight
De windrichtingen Wind directions Het noorden North
Het zuiden South Het oosten East
Het westen West Het noordooster etc. Northeast etc.
Noordelijk etc. Northern etc. Noord-, Zuid-, Oost-, West-Duitsland etc. Northern, Southern, Eastern, Western Germany etc.
De noord-, zuidpool North, south pole De tropen Tropics