Dutch Lesson Online 1 of 32
In Progress

Dutch words: At Home

Dutch Lesson Online
Materials

Learn Dutch Academy Youtube subscribe

Learn Dutch pdf download

Dutch English Dutch English
De woonkamer Living room De slaapkamer Bedroom
De badkamer Bathroom De rommelkamer Junk-room
De keuken Kitchen De wasruimte, washok Laundry room
De kelder Cellar De zolder Attic, top floor
De vliering Attic, loft Het trappenhuis Staircase
De trap Stairs, stairway De tree (pl. Treden) Step
De stoep Pavement, sidewalk De drempel Threshold, doorstep
De mat Mat De (voor)deur (front)door
De bel Bell Bellen To ring, ring the bell
Het slot (pl. Sloten) Lock De sleutel Key
Dicht, gesloten Closed Op slot Locked
Het raam Window De ruit Window (pane)
Het luik Hatch Het plafond Ceiling
De grond Floor; ground De vloer Floor
De hoek Corner De bank Sofa, couch
De stoel Chair De leunstoel Armchair
De kruk Stool De schrijftafel (writing)desk
Het bureau Desk De serre Conservatory
De erker Bay window Het gordijn Curtain
Het rolgordijn Blind De luxaflex, jaloezie Venetian blind
De vensterbak Windowsill De schoorsteen(mantel) Chimney (mantlepiece)
De (open) haard Fireplace De boekenkast Bookcase
De boekenplank Bookshelf De boekensteun Bookend
De vaas Vase De lamp Lamp, light
De (gloei)lamp Light bulb De schakelaar Switch
De kaars (pl. -rsen) Candle De kandelaar Candlestick, candle holder
De lont Wick De klok Clock
Het horloge Watch Het schilderij Painting
De poster Poster De affiche Poster
De kachel Heater De centrale verwarming (cv) Central heating
De meubels Furniture Het meubilair Furniture, furnishings
Gemeubileerd Furnished Inrichten To furnish
Het huis House, home De flat Flat, apartment
De verdieping, etage Floor, story Het dak Roof
De dakpan Roof tile De gevel Facade
De schoorsteen Chimney De muur Wall
De wand Wall Het hek Fence, gate
De brievenbus Mailbox, letterbox Het bed Bed
Het eenpersoonsbed Single bed Het tweepersoonsbed Double bed
Het ledikant Bedstead Het hemelbed Four-poster bed
De deken Blanket De donsdeken Duvet, down quilt
Het laken Sheet Het (hoofd)kussen Pillow, cushion
De sloop Pillowcase De kast Closet, cupboard
De la (pl. Laden) Drawer De ladekast Dresser, chest of drawers
Het nachtkastje Bedside table, nightstand De wekker Alarm clock
Het matras Mattress Het opklapbed, -stoel Folding bed, chair
Een bed opmaken To make a bed Het bad Bath
De badkuip Bathtub De douche Shower
Het douchegordijn Shower curtain Zich douchen To shower
De douchecel Shower cubicle De wastafel Sink
De spiegel Mirror De spons Sponge
De zeepbakje Soap dish De handdoek Towel
De wc Toilet, loo Het toilet Toilet
De plee Loo, toilet Het wc-papier Toilet paper
De bril Toilet seat Doorspoelen To flush
De riolering Sewerage De riool Sewer
De wc-borstel Toilet brush Het ontsmettingsmiddel Disinfectant
De tegel Tile Schoonmaken To clean
Opruimen To clean up Poetsen To polish  (silver, shoes)
Schrobben To scrub De prullenmand Waste-paper basket
De vuilnisemmer, -bak Trash bin, garbage bin De stofzuiger Vacuum cleaner
Stofzuigen Vacuuming Afstoffen Dusting
Het zeemleer, de zeem Chamois leather De ramen zemen Cleaning windows
Het stoffer en blik The dustpan De bezem Broom
Vegen To sweep De dweil Mop, floorcloth
Dweilen Mopping Het schuurmiddel Abrasive
Verven To paint De verf Paint
Behangen To wallpaper Het behang Wallpaper
Vernissen To varnish Het vernis Varnish
De vloerbedekking Carpet, floor covering Het (vloer)kleed Rug
Het tapijt Carpet De was doen, wassen Do the laundry, wash
De (was)knijper Clothespin De wasmachine Washing machine
De centrifuge Spin dryer Centrifugeren To spin dry
Het wasmiddel, -poeder Detergent, washing powder De waslijn Washing line
Aan de lijn hangen Hang on the line Drogen To dry
Droog Dry Nat Wet
Het fornuis Stove De kookplaat Hotplate, cooker
De pit (gas) burner De mixer Mixer
Het cakeblik Cake tin De bakvorm Baking tin
De bakplaat Baking tray Een cake/taart bakken Bake a cake/pie
Vlees braden Roasting meat Grillen Grilling
De pottenlap Potholder De ketel Kettle
De thee Tea De koffie Coffee
De theepot Teapot De koffiekan, -pot Coffee pot
Thee/koffie zetten To make tea/coffee Water koken Boil water
De thee laten trekken To let the tea draw Het koffiezetapparaat Coffee machine
Het aanrecht Countertop De gootsteen Sink
De geiser Geyser De warm-, koudwaterkraan Hot, cold water tap, faucet
De stop Plug De afwas/ vaat doen Do the dishes
Het afwasmiddel Detergent, dish soap De afwasmachine Dishwasher
De theedoek (tea) towel De koel-, ijskast Refrigerator
Het vriesvak Freezer compartment De vrieskast Freezer (separate unit), deep-freeze
De diepvries Freezer Invriezen To freeze (tr.)
Laten ontdooien To defrost Het ijsblokje Ice cube
De groentebak Vegetable tray Aan-, afslaan To switch on, off
(laten) aanbakken, aanbranden To burn, (food) Aangebakken, aangebrand Burnt
Aan de kook brengen To bring to the boil (laten) koken To boil
Stoven To stew Sudderen To simmer
Opwarmen To heat up, reheat Roeren To stir
Zouten To salt Verzouten To salted up
De pan Pot, saucepan De koekenpan Frying pan, skillet
Het deksel Lid De snelkoker, snelkookpan Pressure cooker
Vuurvast Heatproof De kom Bowl
Het vergiet Colander De houten lepel Wooden spoon
De schep Scoop De/het broodrooster Toaster
De zeef Strainer, sieve De tafel Table
De tafel dekken To set the table Opscheppen To serve up
De onderlegger, -zetter Placemat, coaster Het bestek Cutlery
De vork Fork Het mes Knife
Aan tafel zitten To sit at the table Bidden Pray
Eet smakelijk Bon Appetit, enjoy your meal Smakelijk eten Bon Appetit, enjoy your meal
De afwasborstel Washing-up brush De vaatdoek Dishcloth
De weegschaal Scale Wegen To weigh
De rasp Grater Raspen To grate
De citroenpers Lemon squeezer Uitpersen To squeeze (lemons etc.)
Het schort Apron Het recept Recipe
Het kookboek Recipe book Het gereedschap Tools (collective)
De zaag Saw Zagen To saw
De hamer Hammer Hameren, timmeren Hammering
De spijker Nail De schroef Screw
De schroevendraaier Screwdriver De beitel Chisel
(om)hakken To chop (down) De sleutel Key
De tuin Garden, yard Tuinieren Gardening
De kruiwagen Wheelbarrow De schop Shovel
Spitten Digging De hark Rake
Harken Raking De (tuin)slang Hose
De broeikas Greenhouse De vijver Pond
Het bloemenperk Flower bed De (houten) schutting (wooden) fence
De elektriciteit Electricity De stroom Power (electricity)
Het stopcontact (wall) socket De stekker Plug (of an appliance)
Het verlengsnoer Extension cord De kortsluiting Short circuit
De zekering, stop Fuse Doorbranden, -slaan Burn out