Dutch Lesson Online 1 of 1
In Progress

Dutch words: The weather

Dutch Lesson Online
Materials
Learn Dutch Academy Youtube subscribe

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail

Dutch English Dutch English
Het klimaat Climate De kou Cold
De warmte Warmth De hitte Heat
5 graden etc. 5 degrees etc. Het ijs Ice
De middagtemperatuur Afternoon temperature De nachttemperatuur Night temperature
De dauw Dew De mist Fog
De vorst Frost De sneeuw Snow
De wolk Cloud De bewolking Cloud cover
Bewolkt Cloudy De regen Rain
De motregen Drizzle De (regen)bui Shower
Buiig Showery De hagel Hail
De donder Thunder De bliksem Lightning
Het onweer Thunderstorm De storm Storm
Vriezen To freeze Sneeuwen To snow
Donderen To thunder Bliksemen To lighten
Regenen To rain Dooien To thaw
Stijgen To rise (temperature) Dalen To drop (temperature)
Opklaren Clear up Omslaan To change (weather)
Koud Cold Warm Hot, warm
Heet (very)hot De hittegolf Heatwave
De ijspegel Icicle Vochtig Humid; moist
De vochtigheid Humidity Het donker Dark (adj. and noun)
De (lucht)vervuiling (air)pollution Mooi weer Nice weather
Fris, kil Fresh, chilly Tropisch Tropical
Mistig Foggy Wisselvallig Unpredictable, changeable
De regenboog Rainbow De orkaan Hurricane
De droogte Drought De overstroming Flood
Learn Dutch Academy Youtube subscribe Facebooktwitterpinterestlinkedinmail

Learn Dutch pdf download